Hoofdstuk 8 - Babs komt te hulp

13-10-2019

Als Buddy bij de plek aankomt, waar hij met zijn vrienden voor het ontbijt heeft afgesproken, ziet ook hij tot zijn verbazing dat zijn boomstambank is verdwenen. Al gauw ontdekt hij zijn drie vriendjes in het water op de bank. Hij neemt een duik en zwemt naar ze toe. "Buddy!" roepen ze in koor "Gelukkig, daar ben je!" Buddy antwoordt: "Jongens, niet allemaal tegelijk. Laten we deze situatie doordacht aanpakken. Het belangrijkste eerst. Ik breng jullie naar de kant. Daar gaan we eerst ontbijten, ik rammel!" "Wil je niet weten wat er is gebeurt?", reageert Sem verbaasd. "Jawel, maar nu nog niet." Buddy draait zich in het water op zijn rug, zet zijn sterke achterpoten tegen de boomstam aan en zo duwt hij, al peddelend met zijn voorpoten, de boomstam naar de kant. Daar neemt hij de boomstam, met de drie vriendjes er nog op, op zijn schouders en zet deze weer terug op zijn plek. Nadat hij de bloemen overeind heeft gezet ploft hij ook op de bank en zegt alsof er niets gebeurd is: "En Sem, wat eten we vandaag?" Oh ja, dat was Sem helemaal vergeten. Snel pakt hij de zak met lekkers, die gelukkig nog op de plek lag waar hij 'm uit zijn handjes had laten vallen. De vrienden genieten van een heerlijk ontbijt, terwijl ze Buddy in geuren en kleuren vertellen wat ze die ochtend allemaal hebben meegemaakt.

Ze vertellen over de verdwenen bank, over het spoor van de vogelklauw bij de waterkant en over het slimme idee van Pom dat de bank over een groot aantal steentjes het water in gerold moest zijn. Ook vertellen ze Buddy over de angstige momenten met Sluw. "Hmmm", zegt Buddy al kauwend, "die Sluw lijkt me geen aardige vent. Gelukkig zien we hem niet zo veel." Hij heeft dit nog niet gezegd, of de vrienden horen boven zich een schelle schreeuw. Een paar seconden later landt Sluw, met veel vleugel geklapper midden in de zak met lekkers, dat alle kanten op rolt. "Heeee!!", roept de vriendengroep tegelijk verontwaardigd. "Ah, sorry hoor, waren jullie nog niet klaar?", zegt Sluw en met een gemeen glimlachje schopt nog een paar heerlijke aardbeien in het zand. Dan wendt hij zich tot Buddy. "Zo, wie hebben we hier? Het bloemenbeertje dat het niet nodig vond zich netjes te komen voorstellen? Aan mij, Sluw, de baas van de Heuvel en alles erom heen. Wat onbeleefd ..." Sluw stapt langzaam op zijn lange poten met de scherpe klauwen om de boomstambank heen. Neerbuigend bekijkt hij de vrienden met zijn zwarte kraalogen. Na een tijdje zegt hij smalend: "Even verderop op de Heuvel hoorde ik vertellen over de Superpowerclub en ik dacht: dat moet ik zien. Nou, ik doe m'n uiterste best, maar ik zie het niet hoor. Ik zie alleen een groepje losers. Een kikker die niet kan praten, een rups die niet kan zien, een kale domme aap en een laffe zwakke bloemenbeer, hahahahahaha, mooie Superpowerclub." Sem kijkt naar de grond en trekt zijn bloemenhoed dicht over zijn oren. Rana slaat beschermend een kikkerarm om Pom heen en denkt: "Oeh, als ik kon praten schold ik hem de huid vol." Pom is met stomheid geslagen. Hij weet niet wat hij moet doen tegen zoveel lelijke woorden. Buddy is de enige die zijn mond open doet. Hij zegt: "Kom, kom, Sluw, het was niet de bedoeling om je te beledigen hoor. Ik wist gewoon niet dat je hier ook woonde. Ik had je nog nooit gezien. Zullen we elkaar dan nu de poot schudden en vrienden worden? Ik ben Buddy, aangenaam kennis me je te maken." En Buddy steekt zijn grote berenklauw uit naar Sluw. Maar Sluw blijft onbeweeglijk staan, kijkt Buddy minachtend aan en zegt dan: "Het is mij niet aangenaam en wij zullen nooit vrienden worden. Ik raad je aan om zo snel mogelijk de Heuvel weer te verlaten en naar huis te gaan. Je bent hier niet welkom." Dan begint hij weer rondom de bank te stappen en laat hierbij harde schelle schreeuwen horen. Pom, Sem en Rana krimpen in elkaar van angst. Pom probeert met 6 handjes zijn oren te beschermen tegen het lawaai. Maar dan ineens, vanuit het niets, krijgt Sluw een klein zwart balletje tegen zijn kop. Het komt hard aan. Sluw schrikt en houdt op met schreeuwen. Verbaasd kijkt hij om zich heen. Meteen daarna volgt weer een balletje. En daarna nog één en nog één. Sluw wordt bekogeld met balletjes. Het houdt maar niet op. Een waar spervuur van zwarte harde balletjes regent op Sluw neer. Sluw weet niet waar hij het zoeken moet. Al snel slaat hij zijn machtige vleugels uit en verdwijnt met een paar lange krachtige slagen de lucht in. Als de vrienden van hun verbazing zijn bekomen beginnen ze te lachen en te klappen. Sem springt op en neer en roept "Yesss, die heeft zijn verdiende loon! Ik hoop dat hij een tijdje wegblijft. Maar wie is de held, die Sluw heeft weggejaagd? En waar kwamen die kleine zwarte balletjes vandaan?". 

En dan, heel voorzichtig, komt er onder de struiken vandaan een konijntje gehuppeld. Onder haar donzige pluimstaartje draagt ze een tasje. Alle keuteltjes van het konijntje komen in dat tasje terecht. "Hoi, is ie weg? Ik ben Babs. Met een holle rietstengel schoot ik de inhoud van mijn tasje op Sluw af. Komt het toch nog eens van pas." Babs vertelt dat veel dieren zich eraan ergerden dat ze, overal waar ze liep, altijd keuteltjes achterliet. Daarom draagt ze nu tasjes met zich mee, waarmee het probleem is opgelost. "Babs", zegt Buddy plechtig en onder de indruk van de moed van dit kleine diertje, "aangenaam kennis met je te maken en welkom bij de Superpowerclub!"