Hoofdstuk 1 - De mooie plek op de heuvel

15-09-2019

Het is lente op de Heuvel. Pom was wakker geworden van het vroege zonnetje en is nu onderweg naar beneden langs de schitterende snelstromende heldere beek, om te gaan ontbijten met zijn beste vriend Rana de kikker. Door het volgen van het klaterende geluid en de kleine spettertjes van de beek vindt Pom elke ochtend gemakkelijk zijn weg naar beneden. Pom kan namelijk niet zo goed zien. Hij kreeg al een bril toen hij nog een heel klein rupsje was. Nu weet hij niet beter en vindt zijn weg door geuren en geluiden. 

"Goeiemorgen Pom!", hoort hij als hij ongeveer halverwege is. Het is Atje de IJsvogel. Atje zit op een tak langs het water en laat in de zon zijn prachtige blauwe veren drogen. Hij heeft net van een heerlijk visontbijtje genoten. "Mooie dag, vind je niet? Zal ik een stukje met je meevliegen?". Samen gaan ze al babbelend verder, waarbij Atje Pom af en toe waarschuwt voor een steen of een kuil. Zo bereiken ze al snel de plek waar de beek een waterval vormt en daarna uitkomt in het meer. Het is een betoverend mooie plek. Overdag als de zon schijnt is er vrijwel altijd een regenboog te zien. Langs de oever van het meer groeien heel erg veel mooie gekleurde bloemen. En die zijn niet alleen mooi om te zien, ze ruiken ook heerlijk! Vlinders en bijen bezoeken de bloemen dan ook maar al te graag. Het water rondom de regenboog is een geliefde badplaats van allerlei vogels. Terwijl ze hun veren glanzend schoonspoelen oefenen ze elk hun eigen prachtige lied. Alle Heuvelbewoners houden van dit magische gebied en komen er graag samen bij bijzondere of minder bijzondere gelegenheden.

Rana zit al te wachten en nadat de vrienden afscheid hebben genomen van Atje gaan ze zitten op een paar grote platte stenen, met uitzicht op de regenboog. "Wat ik nou toch heb gedroomd", Rana, zegt Pom, terwijl hij al zijn kleine voetjes één voor één in het koele water laat zakken. Rana vouwt zijn sterke achterbenen onder zijn lijf, gaat rechtop zitten en knippert een keer met zijn grote bolle ogen, ten teken dat hij aandachtig luistert. "Ik droomde dat ik een paar enorme vleugels op mijn rug had, waarmee ik kon vliegen. Ja, echt kon vliegen! Zoals de vlinders vliegen van de ene bloem naar de andere bloem. In het begin voelden mijn vleugels onhandig en zwaar, maar al snel had ik door dat wanneer ik ze openvouwde en ze op en neer bewoog, ze mij optilden en met gemak droegen. Het kostte me helemaal geen moeite. De wind nam me gewoon mee. Het was heerlijk de koele bries langs me heen te voelen en gewoon mijn neus te kunnen volgen van de ene lekkere geur naar de andere. Het was een hele fijne droom, Rana! En hoe heb jij geslapen?". Rana glimlacht breed en doet één van zijn ogen langzaam dicht en weer open, waarmee hij wil zeggen dat hij een goede nachtrust heeft gehad. Vervolgens springt hij met een enorme sprong het water in en is in een oogwenk weer terug met een groot sappig blad uit één van de fruitbomen langs het meer. Dit blad kwam langzaam in het water voorbij drijven en Rana weet dat Pom er dol op is. Zelf heeft Rana nog een papje van algen en kroos en samen smullen de vrienden van hun ontbijt.

De rest van de ochtend brengen Pom en Rana samen door. Ze spelen hun favoriete spel kiskassen, waarbij ze om de beurt proberen om een klein plat steentje zo vaak mogelijk op het water te laten stuiteren. Ze springen achter elkaar aan van het ene naar het andere waterlelie blad langs de kant van het meer en zwaaien naar elk dier dat ze onderweg tegenkomen. Tenslotte neemt Rana Pom mee op zijn rug om een stuk te gaan zwemmen. Rana is een goede zwemmer. Met lange krachtige slagen klieft hij door het water. Pom geniet met volle teugen van de spannende tocht. Onder een grote overhangende treurwilg klimt Rana op de kant, nog steeds met Pom op zijn brede rug. Daar zet hij zijn vriendje zachtjes op de grond, gaat naast hem op het koele zachte mos liggen en strekt zich lang uit. Tijd voor een middagdutje geeft hij hiermee aan. Zachtjes zingt Pom:

Ga maar lekker slapen en doe je oogjes toe
En word je strakjes wakker dan ben je niet meer moe