Hoofdstuk 3 - De nieuwe bewoner

25-09-2019

Als ze bij het meer aankomen zoeken Pom, Rana en Sem, hun favoriete plek op en nemen plaats op de grote platte stenen met uitzicht op de regenboog. De zon schijnt nog steeds. Maar het is al laat in de middag en de lucht krijgt een warme geeloranje gloed. De meeste dieren zijn bezig met het verzamelen en klaarmaken van het avondeten. Atje vangt een laatste visje. Roerloos zit hij op een over het water hangende tak. Zijn prachtige blauwe en oranje verenpak glanst in de middagzon. De vrienden zien hoe hij enkele keren pijlsnel het water in duikt en met een visje in zijn snavel weer boven komt. Atje is snel en behendig en zwijgend kijken Pom Rana en Sem een tijdje bewonderend naar zijn viskunsten. Maar ook de andere dieren zijn druk in de weer. De bijen verzamelen hun laatste portie honing, de vlinders drinken nectar uit bloemen en een koppel zwanen steekt hun kop en lange nek in het water op zoek naar waterplanten. Als de drie vrienden van hun wandeling zijn uitgerust merken ze dat ze ook best trek hebben gekregen. Sem is zich door de vredige omgeving en het fijne gezelschap van zijn vrienden al ietsje beter gaan voelen. Hij vertelt dat hij thuis, even verderop in het bos, nog een voorraadje druiven en noten heeft, die hij best wil delen. Net als Sem met grote sprongen op weg naar huis wil gaan, horen de drie vrienden voetstappen in het hoge gras en een zware stem die zingt: "ik zag twee beren broodjes smeren, oh het was een wonder ....". Uit het niets valt er een grote donkere schaduw over de platte stenen waar de vrienden op zitten. Een steeds groter wordende gedaante doemt op. De vrienden schrikken zich een hoedje! Rana springt met één machtige sprong het water in, Sem gaat er krijsend pijlsnel vandoor en alleen Pom blijft verward en angstig achter. 

Hij duikt in elkaar en doet zijn uiterste best om te zien wat voor dier hen zo de stuipen op het lijf gejaagd heeft. Hij tuurt ingespannen door zijn bril, maar ziet slechts een enorm grote vage schim die zich langzaam en al zingend voortbeweegt. Pom herkent de stem niet. Het is niet één van de vaste bewoners van de Heuvel, dat weet hij wel zeker. Maar wie is het dan? En wat doet hij hier bij het meer? Hij raapt al zijn moed bij elkaar en roept met een trillende stem: "H h hallo!". De schim blijft staan en het zingen stopt. "Hallo!", roept Pom nog eens. "Oh hallo, klein gekleurd beestje", zegt de schim vriendelijk, "goed dat je me even waarschuwt, want anders was ik misschien op je gaan staan. Hoe heet je?". "Ik ben Pom, de rups. En wie ben jij?" De schim vertelt dat hij een beer is, Buddy heet en bloemen aan het plukken is. Een beetje verbaasd schudt Pom de grote berenpoot van Buddy. "Een beer die bloemen plukt? Daar heb ik nog nooit van gehoord.", denkt hij. "Weet je, Buddy, je hebt mij en mijn vrienden wel laten schrikken hoor. Vertel eens: waar kom je vandaan en wat brengt je hier?" vraagt Pom. Buddy vertelt dat hij uit het grote bos achter de Heuvel komt. Als klein beertje al bewonderde hij aan de randen van dat bos de prachtige kleuren en de bijzondere vormen van bloemen. Omdat hij vaak bij in de buurt van bloemen te vinden was werd hij al gauw vriendjes met de vlinders die om die bloemen heen fladderden. Van hen leerde hij de namen van alle bloemen en planten. Ook leerden ze hem dat sommige blaadjes gebruikt konden worden bij ziekte of om wonden te genezen. De andere dieren in het bos vonden zijn liefde voor bloemen maar erg vreemd en hoe groter Buddy werd, hoe meer hij ermee geplaagd werd. "En nu heb ik genoeg van al dat geplaag." eindigt Buddy zijn verhaal. "Vanochtend ben ik gewoon mijn vriendjes de vlinders achterna gelopen en nu ben ik hier. Wat is het hier mooi!". Buddy ploft met zijn grote logge lijf neer op één van de platte stenen en Pom moet snel een sprongetje opzij maken om niet onder hem terecht te komen. Een tijdje zitten ze stil naast elkaar. Dan zegt Pom: "Buddy, waar moet je vannacht nu slapen?". "Oh, dat komt wel goed hoor. Ik maak wel een bedje tussen de bloemen. Als ik maar niet terug hoef naar het bos. De dieren daar vinden me raar en ik voel me er een buitenbeentje. Ik wil daar niet meer wonen.", zegt Buddy vastbesloten. Pom heeft wel een beetje met Buddy te doen. Een grote angstaanjagende beer die het liefst de hele dag zingend doorbrengt tussen de mooie kleuren en de heerlijke geuren van bloemen is best bijzonder te noemen. Toch is hij benieuwd naar wat Buddy allemaal weet over de geneeskracht van bloemen en planten. De Heuvel kan wel een goede plantendokter gebruiken. En terwijl Pom zo in gedachten is en Buddy naast hem geniet van het uitzicht op de regenboog komt Rana voorzichtig dichterbij gezwommen. Alleen zijn ogen steken boven het water uit en geruisloos beweegt hij zich voort. Als hij ziet dat Pom veilig is klimt hij voorzichtig naast hem op een steen. Pom is blij hem te zien en stelt zijn beste vriend meteen aan Buddy voor. Net als Pom dit gedaan heeft komt ook Sem eraan, met in zijn armen een grote hoeveelheid noten en druiven. Samen met hun nieuwe vriend eten Pom, Rana en Sem totdat ze niet meer kunnen. Al pratend leren ze elkaar beter kennen. Buddy voelt zich nu al thuis. Hij vindt het fijn dat hij nu al een hele dag niet geplaagd wordt.