Hoofdstuk 2 - Sem is verdrietig

21-09-2019

Het is koel onder de grote treurwilg. De warme middagzon kan maar gedeeltelijk door de dichte bladeren van de grote oude boom doordringen en tovert allemaal kleine lichtjes op het mos. Pom en Rana merken het niet; zij doen samen heerlijk hun middagdutje. Dan ineens, heel zachtjes, worden de bladeren vlak boven de twee slapende vrienden opzij geschoven. Een klein handje wordt zichtbaar en gooit een steentje richting de twee slaapkopjes. Daarna verdwijnt het handje even snel als het was verschenen. "Ai!", roept Pom, die het steentje venijnig hard op zijn hoofd krijgt en hierdoor wakker schrikt. Hij gaat rechtop zitten en zet zijn bril, die door de schok scheef was gezakt, weer recht. Hij kijkt verbaasd om zich heen. De omgeving is onscherp en Pom kan niet ontdekken waar het harde voorwerp vandaan gekomen is, dat hem zo onzacht heeft gewekt. Naast hem ligt Rana nog diep in slaap. Hij snurkt een beetje. Pom haalt zijn schouders op, gaat al wrijvend over zijn hoofdje liggen en al snel dommelt hij weer in. Even is het rustig, maar al gauw wordt er van boven uit de boom weer een steentje gegooid. Dit keer raakt het steentje Rana, die met een geluidloze kreet een enorme kikkersprong in de lucht maakt. Een aanstekelijk lachje klinkt uit de boom en vervolgens zakt Sem, het ondeugende aapje, ondersteboven hangend aan zijn lange staart uit de boom. Hij blijft grinnikend bungelen boven de boze hoofden van Pom en Rana en roept plagend: "tijd om wakker te worden!".

"Sem! Ik had het kunnen weten.", roept Pom uit en kan er nu ook wel om lachen. Sem de aap is ondeugend en grappig. Hij zit vol energie en je hoeft je nooit met hem te vervelen. Hij zit vol grappen en grollen. Daarom mag iedereen hem graag. Waar Sem is, is vrolijkheid. Toch is dat vandaag anders. Vandaag is hij een beetje somber. Hij laat zich naar beneden glijden en gaat zitten tussen Pom en Rana in. Zijn schoudertjes hangen omlaag, zijn voorhoofd in een frons. "Sem, ouwe grappenmaker, wat is er met je aan de hand?", vraagt Pom, "Zo kennen we je niet?". Rana houdt z'n kop scheef, knijpt zijn ogen tot spleetjes samen en geeft Sem een bemoedigend klopje op zijn schouder. "Vertel het ons maar", wil hij hiermee zeggen. Sem zucht diep en begint dan: "Vrienden, ik heb jullie wakker gemaakt omdat ik jullie raad nodig heb. Het ...., het is al een tijdje aan de gang.". "Wat is al een tijdje aan de gang? Waar heb je het over?, zegt Pom nu een beetje ongerust. Sem buigt zich voorover, zodat Pom en Rana de bovenkant van zijn ronde apenkopje kunnen zien. "Hier!", zegt hij "mijn haar, mijn prachtige apenhaar, mijn dikke apenlokken, ze vallen uit, ik raak ze kwijt, ik word .... kaal! De zwarte ondeugende kraaloogjes van Sem vullen zich met tranen. 

"Tja", zegt Pom aarzelend, "Nu je het zegt zie ik het ook". En om hem weer een beetje op te vrolijken zegt hij daarna snel: "Joh, maak je maar geen zorgen, er komt vast snel weer nieuw haar voor in de plaats. Voor je het weet heb je weer een prachtige bos. Kom, we gaan naar de mooie plek aan het meer, daar is vast wel iets te beleven! Je zult er van opknappen." De drie vrienden staan op en gaan op weg. Vooral Pom is onderweg aan het woord. Pratend over koetjes en kalfjes probeert hij Sem beter te stemmen. Rana springt regelmatig vooruit en komt dan terug met lekkere appels en bessen die hij Sem aanbiedt. Maar Sem slaat al het lekkers beleefd af en de verhalen van Pom gaan voor een groot deel aan hem voorbij. Stilletjes en sip komt hij aan bij het meer en staart verdrietig naar zijn spiegelbeeld in het water.